4.11 – China | We laten de woestijn achter ons

We hebben twee opties om naar het 800 kilometer noordoostelijker gelegen Xining te reizen. De bus vertrekt ’s ochtends, maar zal er tussen de 20-24 uur over doen. De trein rijdt ’s nachts en doet er maar de helft van de tijd over. We kiezen dus voor de trein. We worden dus geholpen door een Chinees, die dankbaar gebruik maakt van de mogelijkheid om zijn Engels op en met ons te oefenen. Voor 120 RMB per persoon hebben we hardsleeper plaatsen voor de trein die vanavond om 20.00 uur vertrekt. Voor het meeste comfort hebben we dit keer gekozen voor de middelste bedden (niveau 2)

Voordat we de vertrekruimte van het station van Golmud mogen betreden, moeten we door een strenge toegangscontrole. Militairen controleren paspoorten en de bagage moet door de scanner. We vragen ons af of het voor Chinezen wel mogelijk is om vrij te reizen. Moet je als Chinese burger misschien een vergunning hebben om van A naar B te reizen? Of is dat alleen in de gevoelige grensgebieden met Tibet het geval?  De vertrekhal is afgeladen met reizigers die allemaal met dezelfde trein mee willen. Er is geen sprake van een georganiseerde chaos. Laat staan dat er sprake is van een nette rij. Om het perron te kunnen bereiken is een professioneel potje duw- en trekwerk noodzakelijk. Onze grote rugtassen fungeren daarbij als een prettig stootkussen. Het duwen en trekken bleek in ons geval echter niet nodig. Wij hebben namelijk gereserveerde plaatsen. Het duw- en trekwerk is voor de mensen die schaarse zitplaatsen in de niet reserveerbare en goedkope hardseat klasse willen bemachtigen.

We hopen dat het lang genoeg licht blijft om van het desolate landschap buiten de trein te kunnen genieten. Dit is jammer genoeg niet het geval. Nu balen we dat we hebben gekozen voor de snelste weg, terwijl het waarschijnlijk de enige keer van ons leven dat we door dit onherbergzame gebied reizen. Een gebied dat verborgen blijft in het nachtelijk duister van Qinghai. Misschien hadden we toch voor de bus moeten kiezen. In het donker zit er weinig anders op dan in bed te gaan liggen. We hebben ieder een middelste bed. Het bovenbed is vanwege de beperkte ruimte de goedkoopste. Het onderste bed is logischerwijs de duurste, maar eerlijk gezegd is de middelste plek de meest ontspannen plek om in te slapen en te lezen.

We worden wakker in een ander landschap. De trein kronkelt door smalle, groene dalen. Het is een prachtige omgeving met rijstterrassen en een fonkelend heldere rivier. We hebben de woestijn achter ons gelaten. Terwijl we dit groene landschap op ons laten inwerken, genieten we van ons ontbijt dat bestaat uit de door ons zelf meegebrachte havermout met gedroogde banaantjes en basterdsuiker. Stukken beter te hachelen dan iedere keer weer die mie-soep in de ochtend.

Geef een reactie

  Subscribe  
Abonneren op