3.05 – Mongolië | Sprinkhanen en vodka

Vanaf Mörön is nog een kleine 100 kilometer naar Khovsgol Nuur, het grootste en naar verluid mooiste meer van Mongolië. Omdat de weg voornamelijk bestaat uit sporen vol kuilen en gaten, hebben we er toch nog drie uur voor nodig. Bij de ingang van het nationale park moeten we 2 dollar per persoon betalen. Voor dat bedrag mogen we hier nu drie dagen verblijven. Tot onze teleurstelling rijden we vandaag niet door naar het meer, maar worden we afgezet in een kleine toeristenkamp in het dorpje Hatgal. Daar maken we kennis met Jimmy, met wie we een tweedaagse paardrijtocht langs de westzijde van het meer organiseren. We nemen ook een gids en een pakpaard mee. Dan zien we tenminste het meer en kunnen we ook in de vrije natuur slapen. Dat is tenslotte wat we willen. Dat is pas vanaf morgen, vandaag blijven we in Hatgal.

In het kamp is een Nederlands stel neergestreken. Zij hebben besloten om zich permanent te vestigen in Mongolië en iets te gaan beginnen voor toeristen. Wat en een hoe ze de winter willen gaan overleven weten ze nog niet. Wij overleven hier stiekem best prettig. Niet alleen kunnen we lang en warm douchen, ook krijgen we rundvlees te eten. De hoeveelheid valt alleen wat tegen. Geen steak per persoon, maar een klein schaaltje reepjes om te delen met ons vijven. Omdat onze gezonde trek niet voldoende is verholpen, besluiten we dat het tijd is voor een experiment met de vele sprinkhanen in het veld. Deze schijnen gefrituurd erg lekker te zijn. Na een succesvolle sprinkhanenjacht keren de jagers terug met een goed gevulde pot. Na een paar mislukte pogingen, blijkt 20 seconden in de hete olie de optimale tijd om de springhanden krokant, knapperig en smakelijk te bereiden. De Mongolen denken hier toch anders over, want vol gruwel wordt het bord vol delicatessen afgewezen. En wij maar denken dat het in Mongolië onfatsoenlijk is om te weigeren wat je wordt aangeboden.

Een kampvuur is een fijne plek om elkaar te leren kennen. Aamaa blijkt te zijn geboren in het westen van Mongolië en is een jaar of zes geleden naar Ulaanbaatar gekomen. Dat kostte hem 29 dagen. In de winter rijdt hij ook toeristen rond, maar dan met name in de Gobi. De rest is dan namelijk volstrekt onbegaanbaar. Hij is volgens ons een echte Mongoolse hotshot en heeft de aandacht van alle Mongoolse vrouwen. Wij denken dat hij in elk stadje een schatje heeft. Volgens Aamaa klopt dit niet, want in M?r?n heeft hij er een stuk of vier. Dat zijn er minder dan de naar schatting 24.000 wolven die er in dit land leven. Er wordt flink op deze wilden beesten gejaagd, omdat ze het vee opvreten. ’s Winters gaan daarom de schapen op stal, het overige vee blijft buiten staan. De roedels wolven jagen ook op de koeien en de yaks. De Mongolen hebben daar wat op gevonden, want de koeyak (khainag), wordt met rust gelaten. Het is dan ook niet het meest aantrekkelijke dier om te zien. Wat het oog niet blieft, dat vreet het niet.

Jeroen en Björn worden door Aamaa en Jimmy uitgenodigd om mee te gaan naar de lokale kroeg. In een kleine colonne, met Mongolen en twee toeristen afgeladen auto’s, rijden we naar de paar straten verderop gelegen kroeg: een houten keet met tafels en drank. Er is geen muziek, dus het zijn de verhalen en de volksliederen die zorgen voor het amusement, die beter worden als er meer vodka op tafel verschijnt. Taktoi!, zoals de Mongoolse proost gaat. Later in de nacht wordt er nog gedanst, of hoe die door vodka opgewekte spastische bewegingen ook mogen heten. De alcohol wint echter langzaam maar zeker van ook de sterkste Mongool. Aamaa wordt om 2.00 uur ‘s nachts horizontaal in een andere kamer gedeponeerd. Björn wordt dronken van de straat geplukt en Jeroen weet het allemaal niet zo heel goed meer, behalve dat we erg vroeg op de ochtend weer thuis worden afgeleverd.

Leave a Reply