Tadzjikistan | Een brug te ver

Intens tevreden zit ik op mijn stoeltje voor mijn tent. Ik heb een mooie kampeerplek gevonden onder een paar fruitbomen op een schaars stukje vlak land. Onzichtbaar vanaf de weg, maar met uitzicht op een Afghaans dorp aan de overzijde van de kloof. Ik ben erg in mijn nopjes met deze plek en mijn moment van inzicht. De afgelopen dagen heb ik moeten koken op een open vuur, nadat mijn benzinebrander het had begeven door de vervuilde benzine die hier wordt verkocht. Goed voor een romantische kampeerervaring, maar minder praktisch als ik straks boven de boomgrens zit. Ik heb de brander gereinigd en de filters verwijderd, maar nu komt er benzine uit een opening waar geen benzine uit hoort te komen. In plaats van de brander gefrustreerd te slopen ben ik gaan nadenken en heb ik er de gebruiksaanwijzing met plaatjes bij gepakt. Al snel kom ik er achter dat er op de tekening een dingetje staat getekend dat in mijn brander ontbreekt. Iets dat op dat dingetje lijkt zit wel tussen mijn reserveonderdelen. Eureka! Mijn brander doet het weer. Ik warm water op voor mijn luxe douche en sla aan het kokkerellen. Nu zit ik fris gewassen en met een bord warme pasta op schoot te genieten van de fonkelende sterrenhemel en de geluiden van het leven uit het Afghaanse dorp die worden meegevoerd door de wind. Ik hoor de kinderen spelen, de ezels balken en de muezzin oproepen tot gebed. Afghanistan is zo dichtbij, maar zo onbereikbaar.

Fietsen over de  Pamir Highway is een droom voor velen en ik leef deze droom. De weg verbindt Dushanbe, de hoofdstad van Tadzjikistan, met Osh in Kyrgystan. Het is de op één na hoogste internationale weg ter wereld, na de Karakorum Highway tussen Pakistan en China. Het is een ruige, grotendeels onverharde weg, door een nog veel ruiger landschap dat wordt doorsneden door het snelstromende water van de Panj: de woeste bergrivier die de grens vormt tussen Tadzjikistan en Afghanistan. Het water perst zich door de ene naar de andere nauwe kloof. Het geraas en gebulder van het kolkende water is oorverdovend. Uit elk dal komt een nieuwe bulderende massa wit water dat zich met de hoofdstroom vermengt. De smalle weg slingert hoog en dan weer laag langs het water. Door een adembenemend berglandschap van kale roodbruine rauwe bergen. Uitgehouwen in een overhellende rotswand of door de oogverblindend groene oases waar de mensen wonen tussen de wuivende populieren en de vele fruitbomen. Hier wordt het heldere water uit de roodbruine bergen door irrigatiekanalen geleid. Langs akkers vol verse groenten, goudgeel graan en fruitbomen waarvan de takken laag hangen door de overdaad aan rijp fruit. Ik fiets door luilekkerland: abrikozen, kersen, appels en moerbeien vallen spontaan uit de bomen. Aan vitaminen geen gebrek.

Aan de overzijde van het woeste water ligt Afghanistan. Een land dat we kennen van de Taliban, van de onderdrukte vrouwen in blauwe boerka’s, van oorlog en geweld. Die wereld lijkt ver weg als ik over het water tuur. Ik zie een land dat er hetzelfde uitziet als het land waarin ik fiets. Ik zie door de zon beschenen goudgele graanvelden, waar mannen en vrouwen de halmen met de sikkel afsnijden en samenbinden tot ordelijke patronen. Ik zie geelgroene populieren die zachtjes wuiven in de wind. Daartussen staan de lemen huizen van de Afghanen. Ik zie vrouwen in zwarte, blauwe en rode gewaden lopen tussen de frisgroene gewassen of zittend op een ezel over smalle paadjes gaan. Ik zie mannen in zwarte en bruine kleding op hun brommers over gevaarlijk uitziende bergpaden rijden, waar een stuurfout onherroepelijk leidt tot een onprettig einde. Ik zie blote jongetjes spelen langs de kalme oever van de rivier. Spelende meisjes zie ik nergens. De rivier scheidt hun wereld van de mijne en met die van de Tadzjieken. Een grote militaire aanwezigheid moet er voor zorgen dat dit voorlopig zo blijft. De paar nieuwe bruggen liggen er verlaten bij.

Het contact met de Tadzjieken is hartverwarmend. Geen autoraam of motorhelm die me afschermt van hun wereld. Als fietser ben ik zichtbaar en toegankelijk. Mannen en vrouwen willen met me praten en zijn oprecht geïnteresseerd in wie ik ben en waar ik vandaan kom. Ze vinden het reuze interessant en een hele prestatie dat ik hier op de fiets ben gekomen. Als ik wil kan ik elke dag honderden kopjes thee drinken. Altijd vergezeld van een grote schaal koekjes en snoep. Geen wonder dat de meeste mensen een flink deel van hun gebit missen. Net als in Oezbekistan en Turkmenistan dragen de vrouwen kleurrijke gewaden, maar gaan de mannen veel ingetogener gekleed. Vers fruit is er in overvloed en het wordt graag met mij gedeeld. Als ik ergens sta te kamperen komt er altijd wel iemand langs met een handvol abrikozen of een halve meloen.

Het ongelooflijk grote aantal kinderen begint me echter langzaam op m’n zenuwen te werken. Waar ik ook ga, de kinderen hebben mij al van verre gespot. Er is geen ontkomen aan. Overal klinkt het ‘hello’ van de schelle kinderstemmen. Soms zichtbaar, soms onzichtbaar. Als ik er niet op reageer neemt het in volume toe. Massaal komen ze naar de weg gerent en vuren ze de standaard vragen als mitrailleurvuur op me af: ‘how are you? where you from? what’s your name?’ Of, als variant op de laatste ‘what’s your name motherfucker?’ En dat dan uitgesproken door een kleuter met een onschuldig gezicht. Als ik ergens stil sta voor wat dan ook, zorgen de kinderen er wel voor dat ik vooral niet wat dan ook kan doen. Ze bedoelen het niet verkeerd, maar ik verlang inmiddels wel naar meer verlaten paden.

Leave a Reply

  Subscribe  
newest oldest most voted
Notify of
Sam
Guest
Sam

Lieverd, het blijft heerlijk om je te volgen. We lezen je blogs voor aan de kinderen en de prachtige foto’s doen denken aan sprookjes uit duizend-en-een-nacht. We denken veel aan je.

Gert
Guest
Gert

Hey Jeroen, wat leuk dat ik via de link met de Wereldfietser (facebook) op jouw reisverslag kom. Ga alles doorlezen. Bestemming nog steeds onbekend?