02 – Marokko | Marrakesh

Vandaag hebben we een missie: het huren van een auto. We openen de deur van onze Riad en komen terecht in het doolhof bij daglicht. Rechtdoor, onder een boog door, rechtsaf, linksaf. Dan weer terug, want deze steeg loopt dood. Rechts houdend komen we uit op een smalle straat waar de eerste handel al wordt gedreven. De groente en het fruit ligt opgestapeld en het eerste schaap is geslacht. We slaan linksaf en komen uit op de Rue Sidi el Yamani, die we volgen naar de Avenue Mohammed V. Dit is de hoofdroute die de oude met de nieuwe stad verbindt. Gueliz is de wijk waar we moeten zijn voor de autoverhuurbedrijven. Het is nog best rustig op straat. We lopen door de oude stadsmuur en na ca. 2 ½ kilometer zien we het kantoor van Avis. Met geen mogelijkheid krijgen we daar een auto mee zonder eigen creditcard. Dat we een creditcard van iemand hebben geleend maakt geen verschil. Het huren van een auto is alleen mogelijk met een creditcard op eigen naam. Bij Hertz zijn alle auto’s verhuurd. Iets verderop komen we Budget tegen. We vertellen de vriendelijke mevrouw eerlijk wat er aan de hand is. Gelukkig heeft zij er geen problemen mee, want we kunnen ons tenslotte legitimeren met een geldig paspoort. Bij Budget huren we per morgen een auto voor 7 dagen voor € 285,-. We zijn opgelucht dat we dit nu hebben geregeld en nemen ons voor om de volgende keer niet zo eigenwijs te zijn. Een eigen creditcard is gewoon verdomd handig om bij je te hebben. Maar goed, liever eigenwijs dan naïef. Vandaag staat de zon te stralen tegen een half bewolkte hemel. Het is aangenaam warm en het zonnetje geeft een heerlijk vakantiegevoel, wat nog eens wordt versterkt door de palmbomen langs de weg en de terracotta kleur van de gebouwen in Gueliz. Ondanks de buitentemperatuur van 9 graden zitten de koffieterrassen vol mensen. Mannen vooral.

De medina is het oudste gedeelte van Marrakesh. Hotels, kantoren en andere (moderne) bouwwerken worden geweerd uit de Medina, maar worden geconcentreerd in de nieuwe wijken zoals Gueliz en Hivernage. Het oude centrum, rond het Djemaa el Fna plein is hierdoor goed bewaard gebleven. Medina betekent in het Arabisch stad en wordt omringd door stadsmuren. We moeten dan ook een stadspoort door voor we kunnen verdwalen. We worden direct opgeslokt door de mensenmassa. De ene deel is op zoek naar iets en het andere deel verkoopt weer iets. Op straatniveau hebben de shopjes en werkplaatsen hun pui geopend. Een deel van de handel is op straat gezet, wat de toch al smalle steeg nog veel smaller maakt. Door de zware regenval van de dag er voor, is wat overblijft ook een lekkere ranzige soep. Het is zeker niet alleen modder wat er in zit. Diep in de medina zien we een terras op een strategische plek. Met een kopje muntthee en een ‘café au lait’ is het weer prettig mensen kijken. Er passeren afgeladen karren die worden voortgetrokken door ezels, scooters passeren op gewaagde snelheid en zonder ook maar even in te houden; rakelings langs de overige aanwezigen. Het schoeisel van is gevarieerd, maar pantoffels en slippers met sokken aan zijn favoriet.

Regelmatig wordt ons de weg gewezen naar iets naar waar wij helemaal niet naar op zoek zijn. Een truc om ongevraagd, maar wel betaald de gids uit te hangen. Zo komen we, ver van alle normale toeristendingen, heel toevallig meerdere keren dezelfde hele vriendelijke jonge kerel tegen. Hij spreekt goed Engels en beweert zijn kleine broertjes te gaan ophalen bij hun moeder. Nee, hij wil echt helemaal niets van ons, maar levert ons wel heel toevallig en geraffineerd af bij de leerlooierijen aan de meest oostelijke zijde van de medina. Daar staat ook heel toevallig een kennis te wachten om ons op sleeptouw te nemen. We weten natuurlijk best hoe laat het is, maar soms mag het en kan het eigenlijk ook niet anders. De leerlooierijen zijn een verzameling van honderden betonnen baden vol water, duivenpoep, urine en chemicaliën. Hierin worden de ‘rauwe’ huiden van geiten, schapen en koeien omgezet in kwaliteitsleer. Het is smerig, zwaar en ongezond werkt. We kunnen oost niet voorstellen hoe je hier je werk kunt doen in de zomerhitte van soms wel 45 graden. Het moet hier dan ook onvoorstelbaar meuren. Voor deze verkenning onder begeleiding betalen we 100 Dirham. Dit hoge bedrag vinden we nu prima, omdat we uitgebreid foto’s hebben mogen maken van de mensen die er aan het werk zijn. Onze eerste ‘gids’ krijgt niets, want hij heeft ook niets gedaan. Helaas kan hij dat niet waarderen.

Op een pleintje dat we vast niet meer kunnen terugvinden, staat een terras voor een hokje waar tajines en kebab klaarliggen. De tajines zijn gemaakt door de moeder. We gaan voor de tajine met pruimen, amandelen en sesamzaadjes, en een couscous met bloemkool en een kruidenmix van komijn. Op straat verkoopt een man stenen. Plotseling verschuift hij zijn hele handel een meter naar links. Er komt een kar vol sinaasappelen langs. Dan weer een door een ezel voortgetrokken kar vol koekjes. Af en toe passeert er een koets met locals: de taxi in de medina. We dwalen via het Koninklijke paleis, waar tientallen ooievaars nestelen op de brede muren, over de kruidenmarkt, weer langzaam terug naar Djemaa el Fna. Met het ondergaan van de zon, neemt het spektakel daar toe. Verspreid over het grote plein staan slangenbezweerders, loopt er een aangeklede aap rond die achterwaartse salto’s maakt, wordt er getrommeld, staan er verhalenvertellers die een grote massa toehoorders om zich heen verzamelen of wordt er gewoon wat gehangen. Het leuke is dat het vermaak vooral bedoeld is voor de Marokkanen zelf. Wij, de toeristen, zijn de buitenstaanders, de indringers. Vanuit de richting van de 69 meter hoge minaret van de Koutoubia moskee worden de voedselkarren in hoog tempo door hun eigenaren voortgetrokken, om in sneltreinvaart te worden opgezet.

Het plein is een totale kakofonie van geluid, geuren en gebeurtenissen die dwars door elkaar heen plaatsvinden. De relatieve rust van de ‘souk’ is daardoor even een verademing. Al dwalend komen we langs de apothekers souk, waar niet alleen kruiden zijn te krijgen. Naast slangen en krokodillen huiden, zien we zebra- , antilopen en luipaarden vellen hangen. Ook zien we gedroogde vogels en hagedissen liggen. De hoeveelheid voorspelt weinig goeds voor wat er nog over is aan flora en fauna in Afrika. In de overvolle Rue Bab Agnaou kopen we een rijkelijk met sappig kebab gevuld brood. Uit de hand eten kijken we naar de mensen, naar het leven dat zij leven en naar het vermaak door wie zij zich laten vermaken.

Leave a Reply