De Groene Weg naar de Middellandse Zee

Tijdens onze wereldreis waren we er al achter gekomen dat reizen met de bus en de trein een aantal beperkingen met zich meebrengt. Je maakt in de bus of trein wel deel uit van het lokale leven, maar je ervaart het langs de ramen glijdende landschap niet. Regelmatig passeer je de mooiste plekken, maar de bus of trein dendert maar door, door naar het volgende dorp of de volgende stad. Het gaat te snel om de zintuigen optimaal te kunnen benutten en zittend achter de ramen, word je afgeschermd van de wereld buiten. Fietsen leek toen dus al een goed idee. Na een paar korte fietstochten in Tsjechië wisten we het echter zeker: we moesten een goede fiets hebben om de wereld mee te kunnen verkennen. We werden getipt om een fiets op maat te kopen bij re-cycle in Wageningen. Dit resulteerde in een tweetal stoere fietsen van het type Avaghon.

Helaas is de wereld te groot voor het aantal vakantiedagen dat we hebben, dus we besloten dit keer de Groene Route naar de Middellandse Zee te gaan fietsen. Het is een bekende route van Nederland naar de Mediterrane, die niet te moeilijk, maar ook zeker niet te makkelijk is. Op 12 juni 2009 gingen we van start met ons eerste echte fietsavontuur. Met de trein vertrokken we naar Roermond om ons op de gemütliche camping tussen de (sta)caravans van de ”lang-weekend-vierende-Duitsers” te proppen. Roermond voelde hierdoor direct aan als vakantie. Over een fietspad langs de rivier de Ruhr reden we door het industriële hart van Duitsland. Voorbij Duren, een kleine 100 kilometer verder, kwamen we terecht in de Noordelijke Eiffel. Het landschap werd daardoor mooier, maar er moest wel worden geklommen. Door de groene dalen van de Urft en de Kyll passeerden we vredige en nette Duitse dorpjes, waar de jongeren hipper werden naarmate we dichter bij Trier kwamen. Trier is gelegen aan de Moessel en is de oudste stad van Duitsland. Langs de Moessel, waarbij de hellingen aan zo wel de Duitse als de Luxemburgse kant volledig volstaan met druiven van het type Mossele, zakken we verder af naar Frankrijk. Na de ingewikkelde grensformaliteiten is het gedaan met de Deutsche grundigkeit. De mensen spreken hier Frans, stokbrood behoort tot de eerste levensbehoeften en de boulangerie is daardoor overal te vinden. Tijd voor gebak, want fietsen kost energie.

Lotharingen wordt gekenmerkt door een heuvelachtig en grootschalig landschap dat door de mensen is verlaten. De weinige stadjes en dorpjes in deze streek zijn in zich zelf gekeerd en vervallen. Hier fietsen zou deprimerend zijn als er niet na elke klim een beloning zou zijn van het vergezicht over de uitgestrekte leegte. De overtrekkende wolken werpen schaduwen over de velden met graan. Door het ontbreken van campings zijn we genoodzaakt om hier lange etappes te fietsen. Zo komen we gehard aan bij de voet van de Jura. De Jura kenmerkt een verandering in het landschap. Het geheel wordt kleinschaliger en lieflijker. De dorpjes zijn beter onderhouden en er wordt meer geleefd. Langzaam maar zeker trappen we ons een weg in zuidelijke richting. De eerste velden met zonnebloemen zorgen voor een zonnige omlijsting; dan het eerste zonnige dorpsplein, met een door platanen beschaduwde jeu-de-beule baan. We laten ons verleiden tot een heerlijk kopje capuchino, waarbij we waren vergeten dat Frankrijk helemaal geen koffieland is. Met de wind in de rug rijden we door bergen en dalen, langs wijngaarden en zonnebloemvelden en langs dorpjes waarvan de huizen zijn opgebouwd uit op elkaar gestapelde ronde en platte stenen. Hier en daar stoppen we om onze tent op te slaan, bij de boulangerie wat euro”s te ruilen voor wat brood en gebak, een biertje op z’n tijd en een plankje met kaas, want fietsen kost energie.

Het wordt aanmerkelijk warmer wanneer we in de Provence bereiken. ”s Ochtends bij het ochtendgloren op pad om zo veel als mogelijk te profiteren van de aangename koelte van de ochtend. De Provence brengt ons de velden vol lavendel en een leven dat zich buiten afspeelt. We dalen met enorme snelheid af richting Avignon, waar we er achter komen dat ze toch echt willen dat je voor een halve brug betaald. Hier in Avignon beseffen we ons dat we de Middellandse Zee best wel eens kunnen gaan halen. Fietsen is een erg fijne manier van voortbewegen. Langzaam maar zeker bereik je het doel. Elke klim moet je zelf doen, maar de afdaling is dan ook echt voor jou. De laatste honderd of wat kilometers van Avignon naar de Middellandse Zee, brengen ons diep in de Rhone delta (De Camargue). Hier word door de boeren rijst verbouwd en worden er paarden en stieren gefokt. Als de stieren voldoende zijn opgefokt, wordt er door de boeren in hun vrije tijd mee gespeeld. Dit spelen vindt plaats in de verschillende Amfitheaters die hier door de Romeinen zijn achterlaten. Wat je hier ook kunt doen is met de fiets langs de grote aantallen lagunen rijden om de flamingo’s en schildpadden te bewonderen. Die flamingo’s zijn een waardige afsluiting van een 1.540 kilometer fietsplezier. Plons

Leave a Reply