3.09 – Mongolië | Worteltjestaart

Midden op de Mongoolse steppe, ligt het weinig inspirerende Tsetserleg. In deze grauwe hoofdstad van de provincie Arhandgaj staan geen struiken en al helemaal geen bomen. Aan het einde van de hoofdstraat ligt een boeddhistische klooster met de onuitspreekbare naam Buyandelgeruulekh Khidd. Het is gebouwd in 1586 en heeft de vernielingen van de Communisten overleefd. Vanaf de heuvel kijken we uit over Tsetserleg, waarvan een tiental lage betonnen gebouwen het kleurloze centrum vormen. Daaromheen ligt een rommelig gebied vol omheinde woonerven, met agressieve honden en versleten hutten en tenten. Tot onze grote verbazing heeft zich in dit weinig aantrekkelijke oord een Engels echtpaar gevestigd, dat hier een bedrijf runt met de naam Fairfield Bakery. De bakkerij verkoopt een assortiment broodjes en gebak, waarvan het water je in de mond loopt. Een absolute aanrader is de versgebakken worteltjestaart. Een culinair orgasme na twee weken schapenvlees en zure yoghurt snoepjes.

Langzaam maar zeker hebben we genoeg van het rijden over de niet bestaande wegen van Mongolië. Alles doet zo onderhand ook zeer. Dit is ook niet zo verwonderlijk, want aan comfort is er bij het ontwerp van de Russische minibus niet gedacht. Het rijden wordt echter niet saai. Het land is zo mooi en indrukwekkend dat je maar naar buiten blijft kijken. Het landschap is onveranderd leeg en kaal, waardoor je enorm ver kunt kijken en alle gevoel voor schaal is verdwenen. De Mongoolse steppe bestaat uit kort, geelgroen gras. In de nattere delen is het gras voller, groener en sappiger met daartussen een weelderige bloemenzee.

Het land staat helemaal ‘vol’ met de kuddes die van de Mongoolse nomaden zijn. Er staan nergens hekken, zodat de schapen, geiten, paarden, koeien, yaks en de kruising daartussen, overal vrij rond kunnen lopen. Zoals al eerder gezegd maken die kuddes voor een groot deel het landschap. De schaal wordt daardoor inzichtelijk. Het is daarnaast een erg mooi gezicht al die stipjes. Het langs rijden is ook erg grappig. Regelmatig liggen de kuddes op de weg. Een hoop getoeter moet de beesten stimuleren om een andere plek te zoeken. De runderen boeit het echter allemaal niets en lopen bekakt een stukje verder. De schapen raken volledig in paniek en stuiteren de weg af. De geiten zijn koppig en nemen de tijd. Maar het mooiste zijn de grondeekhoorns. Er lopen er hier miljoenen. Ze zijn bijzonder grappig, want ze spelen veel of kijken rechtopstaand wat er allemaal aan de hand is. Wanneer we met de auto langskomen, ontstaat er paniek en duikelen ze allemaal richting hun holen. Het gaat vaak niet zo soepel en ze gaan vaak op hun bek, je ziet ze uitglijden, met elkaar in botsing komen en ondersteboven in de holen duiken.

Aan het begin van de verharde weg naar Ulaanbaatar ligt Karakorum. De oude hoofdstad van Mongolië is in de 13e eeuw gesticht door Dzjengis Khan. Vlak buiten Karakorum ligt het uitgestrekte Erdene Zuuklooster. Het is het oudste boeddhistische klooster in het land en staat op de Werelderfgoedlijst van UNESCO. Het complex vormt een vierkant van 400 bij 400 meter. Het wordt omgeven door een 7,5 meter hoge muur waarin 108 stoepa”s zijn verwerkt. Hangend tegen een van deze witte stoepa’s kijken we uit over het Mongoolse leven. Een leven waar de paarden worden gemelkt om te voorzien in een voorraad airag: de gefermenteerde paardenmelk waaraan je even moet wennen. Een beetje vreemd, maar wel lekker.

Geef een reactie